Terug naar 1990.
De reis begint ten einde te lopen. We gaan deze dag naar een welvarende streek van Zuid Afrika, wat deel uitmaakt van de Garden route. Eerst naar Stellenbosch, waar de het koloniale verleden van Nederland nog voelbaar is.
Zoals bijvoorbeeld de Nederduits gereformeerde kerk.
In Stellenbosch is een van de bekendste universiteiten van het Afrikaanse continent gevestigd. De Universiteit Stellenbosch is hoofdzakelijk Afrikaanstalig, een situatie die fel bestreden wordt in regeringskringen. De druk is groot om op Engelstalig onderwijs over te gaan.
In Afrikaanstalige families uit heel Zuid-Afrika (en omliggende landen als Namibië) is het echter van oudsher gebruikelijk dat de kinderen na de middelbare school gaan studeren aan de Universiteit Stellenbosch. Als ze de juiste connecties hebben, kunnen de studenten terecht in een van de befaamde koshuise. In een koshuis wonen soms wel 450 studenten of studentes onder (streng) toezicht van een inwonend hoofd. Om er te mogen komen wonen, moet een ontgroening worden doorlopen. Vaak wonen vele generaties studenten uit bepaalde families in hetzelfde koshuis. Tijdens de vele sportevenementen strijden de koshuise tegen elkaar.
De studenten van de Universiteit Stellenbosch worden Maties genoemd, afgeleid van het Afrikaanse woord voor tomaat: tamatie. De universiteitskleur is namelijk rood.
De bevolking van de gemeente Stellenbosch bestaat voor 60% uit kleurlingen, voor ruim 20% uit blanken en voor bijna 20% uit zwarten. Ongeveer 75% spreekt Afrikaans, 17% Xhosa en 7% Engels. Het grootste deel van de zwarte bevolking woont in de township Kayamandi op een heuvel aan de rand van Stellenbosch.
Na Stellenbosch rijden we door naar Franschhoek. Het dorp heette oorspronkelijk Olifantshoek, vanwege de vele olifanten die hier in de vallei voorkwamen. In 1688 kwamen hier 176 Franse hugenoten wonen, die na de herroeping van het Edict van Nantes eerst vanuit het katholieke Frankrijk naar Nederland gevlucht waren. In Nederland heerste godsdienstvrijheid en zo kwamen zij in dienst bij de VOC en voeren naar de Nederlandse Kaapkolonie. De hugenoten worden door het VOC-beleid over de hele Kaapkolonie verspreid, maar bij Olifantshoek ontstaat toch een concentratiegebied. De kolonisten aan de Kaap begonnen de buurt daarom al snel "Fransche Kwartier" of "Fransche Hoek" te noemen en in de 18e eeuw wordt de naam van het dorpje officieel "Franschen Hoek", later vereenvoudigd tot Franschhoek. Ondanks het grote aantal hugenoten versmelten de Franstaligen vrij snel met de overige kolonisten en in 1829, wanneer de Kaap in Britse handen is, is het Frans reeds helemaal uitgestorven en vervangen door Kaaphollands, het latere Afrikaans. Vandaag de dag zijn er nog vrij veel restanten uit de hugenootse tijd te vinden. Niet alleen de familienamen, maar ook de namen van veel wijnlandgoederen, zoals La Motte, La Cotte, Cabrière, Provence, Chamonix, Bien Donné, Champagne, Dieu Donné en Le Dauphiné. Bien Donné is vandaag de dag een belangrijk landbouwkundig onderzoeksstation. In Franschhoek zijn veel belangrijke wijngaarden en in het dorp zijn verschillende van Zuid-Afrika's beste restaurants gevestigd.
Een plek die kennelijk weinig door toeristen wordt bezocht, terwijl er wel een belangrijke historische gebeurtenis plaats vond. En dat heeft te maken met veel publicaties waarin wordt gemeld dat de gevangenis in Kaapstad stond, waar Mandela gevangen werd gehouden. Dit is niet het geval. De Victor Vester gevangenis, die inmiddels van naam is gewijzigd in Drakenstein gevangenis, is gevestigd tussen Franschhoek en Paarl.
De weg die Nelson Mandela afliep met zijn toenmalige
vrouw Winnie Mandela. Op weg naar de vrijheid. Het
gebeurde op 11 februari 1990. De hele wereld
leefde mee die zondag met deze gebeurtenis.
Nelson Mandela verbleef 14 maanden in deze gevangenis, van 9 december 1988 tot aan zijn vrijlating op 11 februari 1990. Mandela kreeg een vrijstaande woning van een cipier toegewezen, evenals een privékok. Hij mocht veel bezoekers van buiten de gevangenis ontvangen.
's Avonds dineren we in her restaurant het volkskombuis in Stellenbosch. In het Afrikaans schrijven ze hun geschiedenis:
In 1902 word werkershuise deur Sir Herbert Baker op die plaas Vredenburg ontwerp en gebou. In 1968 word dit deur Historiese Huise gekoop, gerestoureer en verhuur as ‘n restaurant. Vir ‘n aantal jare het die gebou leeg gestaan, maar op versoek van die Rupert familie in 2016 word die gebou ten volle gerestoureer en vandag dien De Volkskombuis weer as ‘n restaurant in ons pragtige Stellenbosch.
(In 1902 vestigde Sir Herbert Baker arbeidershuisjes op de oude boerderij die voorheen bekendstond als
Vredenburg. In 1968 werd het pand overgenomen door Historical Homes om te worden gerestaureerd en later te worden verhuurd als restaurant. Meer recent stond het gebouw lange tijd leeg en was het behoorlijk vervallen. In 2016 startte de familie Rupert met een volledige restauratie en tegenwoordig is De Volkskombuis weer in gebruik als restaurant dat gasten bedient in Stellenbosch.)














Geen opmerkingen:
Een reactie posten